Sociaal leenstelsel

Per 1 september 2015 is de studiefinanciering in het hoger onderwijs gewijzigd: de basisbeurs voor bachelor- en masterstudenten is vervallen en hiervoor is het sociale leenstelsel in de plaats gekomen. De OV-studentenkaart is hetzelfde gebleven en is nu ook beschikbaar voor minderjarige MBO studenten.

Het sociale leenstelsel houdt onder andere in dat nieuwe bachelor- en masterstudenten geen basisbeurs meer krijgen. Zij kunnen middels een studievoorschot geld lenen om hun studie te bekostigen.

Door het studievoorschot kan een student tegen gunstige, sociale voorwaarden geld lenen van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Na het behalen van een diploma, kunnen studenten hun studieschuld binnen maximaal 35 jaar afbetalen. Afgestudeerden betalen pas terug, wanneer zij een inkomen hebben dat hoger is dan het wettelijk minimumloon. Afgestudeerden zonder baan hoeven in beginsel dus niet af te lossen. Terugbetalen gaat ook naar draagkracht: hoe meer inkomen, hoe hoger het aflossingsbedrag. Daarnaast krijgen afgestudeerden vijf ‘jokerjaren’ waarin niet terugbetaald hoeft te worden. Afgestudeerden hebben het recht op een terugbetaalpauze, zij kunnen deze jaren zelf inzetten als dat nodig is.

Er zijn echter wel uitzonderingen op het sociaal leenstelsel. Zo behouden studenten, waarvan de ouders een lager inkomen hebben dan € 46.000,-, of die hun ouder niet kennen of om een andere reden geen beroep kunnen doen op hun ouders (de onvindbare en weigerachtige ouders), hun aanvullende beurs. Hebben studenten broers of zussen die ook studeren of naar school gaan? Dan komen zij misschien toch in aanmerking voor een aanvullende beurs. De aanvullende beurs is hiermee slechts beschikbaar voor een beperkt aantal studenten. Via DUO kunt u nagaan of u in aanmerking komt voor een aanvullende beurs.

Heeft u een beroep gedaan op een van de uitzonderingsgronden van het sociaal leenstelsel en heeft DUO uw verzoek afgewezen? Dan kan hiertegen bezwaar worden aangetekend.



« Terug